WikiWoordenboek:GrootDictee/1992

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit is de tekst van het Groot Dictee der Nederlandse Taal van 1992. De auteur van het dictee is Han van Gessel. De tekst is met de verouderde spelling van vóór 1996.

Uit eten[bewerken]

1. Onze eetgewoonten blijven niet ten eeuwigen dage dezelfde. Het geijkte menu in menig Nederlands gezin bestond vroeger in de winter uit sukadelappen, hachee en savooiekool; 's zomers kwamen postelein of prinsessenbonen en varkensfricandeau op tafel.

2. Het leeuwedeel van onze maaltijden was simpel en solide; dat men zich te goed deed in een restaurant was nauwelijks usance, terwijl de Vlamingen van oudsher ook buitenshuis al lucullisch genot kenden.

3. Tegenwoordig kijkt niemand meer bevreemd op van een klein bistrootje waar omeletten en zwezeriken in een koperen kasserol worden opgediend.

4. In prestigieuze etablissementen, feeëriek geïllumineerd en bloemrijk getooid met hyacint of chrysant, vinden zakendineetjes plaats, waar weinig tirannieke obers bij de foeragering soms ware Sisyfusarbeid moeten verrichten.

5. Vroeger ontaardden zulke partijen wel eens in ongebreidelde orgieën; tegenwoordig vermijdt men die choquerende bacchanalen liever, omdat de deelnemers aan zo'n gelag na afloop als langs een liniaal naar huis willen rijden.

6. Veel mensen zien rigoureus ervan af met Kerstmis zelf te koken, omdat zij opzien tegen het monnikenwerk in de keuken.

7. Hoewel het geen aanwensel mag worden, vinden zij de kerstvakantie de periode bij uitstek om delicatessen in een restaurant te nuttigen, waar de gerant sliptong aanbeveelt of kalfsfricassee met een uitgelezen bordeaux.

8. Specerijen als karwijzaad, tijm en rozemarijn, vruchten als ananassen en kiwi's alsmede maïskolven worden sinds lang niet meer tot de exceptionele buitenissigheden gerekend.

9. Wie genoeg heeft van kipperagoût en toost met kruidenboter neemt zijn toevlucht tot de barbecue, althans als hij of zij een liefhebber is van gegrild vlees, overgoten met exotische sauzen.

10. Hotellerie en restaurantwezen kunnen feilloos inspelen op de meest exorbitante eisen van hun verwende gasten, die echter soms sikkeneurig kunnen zaniken en koeioneren.

11. Patrijzebout met kastanjepuree, diverse pâtés en soufflés, desserts met compote, confituren of ijscoupes - het vormt allemaal geen probleem.

12. Heel in de verte is het gesudder van het versmade osselapje nog hoorbaar.