Viehzucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Viehzucht: Sau mit Ferkeln.


Duits

Woordafbreking
  • Vieh·zucht
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

Viehzucht v

  1. (veeteelt) veeteelt
    «In der Viehzucht hat sich Ungarn auf das Züchten und Mästen von Schlachtrindern festgelegt, vornehmlich für den Export in Länder der Europäischen Union.»
    In de veeteelt heeft Hongarije zich op het fokken en mesten van slachtrunderen toegelegd, voornamelijk voor de export naar landen van de Europese Unie.
Verbuiging
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen