Verkehrszeichen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[1]: Ein deutsches Verkehrszeichen
Een Duits verkeersteken

Duits

Uitspraak
Woordafbreking

Ver·kehrs·zei·chen

Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Duitse zelfstandige naamwoorden Verkehr en Zeichen met het voorvoegsel ver- en met het invoegsel -s-
enkelvoud meervoud
nominatief das Verkehrszeichen die Verkehrszeichen
genitief des Verkehrszeichens der Verkehrszeichen
datief dem Verkehrszeichen den Verkehrszeichen
accusatief das Verkehrszeichen die Verkehrszeichen

Zelfstandig naamwoord

Verkehrszeichen, o

  1. (verkeer) verkeersteken
    «Verkehrszeichen ergeben darüber Anweisungen an die Verkehrsteilnehmer, wie man sich auf der Straße verhalten muss.»
    Verkeerstekens geven aanwijzingen aan verkeersdeelnemers over hoe zich te gedragen op de weg.
Hyperoniemen