Vëlo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Luxemburgs

Woordafbreking
  • Vë·lo
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
dat Vëlo déi Vëlos

Zelfstandig naamwoord

Vëlo o

  1. (verkeer) fiets
    «Jang fléckt säi Vëlo
    Jan herstelt zijn fiets.