Tiger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ti·ger

Zelfstandig naamwoord

Tiger m

  1. (dierkunde) tijger
    «Menschen werden nur selten von Tigern angegriffen.»
    Mensen worden zelden door tijgers aangevallen.
Verbuiging
Synoniemen