T-shirt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • T-shirt
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘truitje’ voor het eerst aangetroffen in 1959 [1]
  • samenstelling van  T  en  shirt 
enkelvoud meervoud
naamwoord T-shirt T-shirts
verkleinwoord T-shirtje T-shirtjes

Zelfstandig naamwoord

T-shirt o

  1. (kleding) dun kledingstuk voor het bovenlichaam met korte mouwen en zonder kraag
     Voor Jetfighter had ik een T-T-shirt laten drukken met haar trailname erop en een pet met de woorden ultra lazy.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen