Staubsauger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈʃtaʊ̯pˌzaʊ̯ɡɐ/
Woordafbreking
  • Staub·sau·ger

Zelfstandig naamwoord

Staubsauger m

  1. stofzuiger
    «Unser Staubsauger ist defekt, er saugt nur noch mit halber Kraft.»
    Onze stofzuiger is kapot, hij zuigt nog maar met de helft van de kracht.
Verbuiging