Spielzeit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Spiel·zeit
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Duitse naamwoorden Spiel en Zeit
enkelvoud meervoud
nominatief die Spielzeit die Spielzeit
genitief der Spielzeit der Spielzeiten
datief der Spielzeit den Spielzeiten
accusatief die Spielzeit die Spielzeiten

Zelfstandig naamwoord

Spielzeit, v

  1. (filmkunst) speelduur, speeltijd
  2. (sport) speelduur, speeltijd
  3. (toneel) toneelseizoen
    «Bei der Beschreibung jedes Musicals wird angegeben, wie lange ungefähr die Spielzeit ist.»
    Bij de beschrijving van iedere musical wordt aangegeven wat ongeveer de speelduur is.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2]: die reguläre Spielzeit
de reguliere speelduur