Naar inhoud springen

Spaanse

Uit WikiWoordenboek
  • Spaan·se
  • Afgeleid van Spaans met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord Spaanse Spaansen
verkleinwoord - -

deSpaansev

  1. (demoniem) een inwoonster van Spanje, of een vrouw afkomstig uit Spanje
    • Mijn vriendin is een Spaanse die geboren is in Madrid. 

Spaanse

  1. verbogen vorm van de stellende trap van Spaans
     'En ik wil ook nog wat savooiekool op de Spaanse manier klaarmaken,' zegt Cornelia als ze op de dag vóór Jacobs bezoek naar de groentemarkt gaat.[1]
     En nu, op de drempel van de volwassenheid, werd ze uitgelachen omdat ze een vrucht aan een Spaanse boom was.[2]
  1. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704