Naar inhoud springen

Schieber

Uit WikiWoordenboek
  • Schie·ber
  • Afkomstig van de stam "schieb" van het Duitse werkwoord schieben met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
nominatief der Spiondie Spione
genitief des Spionsder Spione
datief dem Spionden Spionen
accusatief den Spiondie Spione

Schieber, m

  1. (techniek) schuif
  2. (spreektaal) slow (een bepaalde langzame Duitse dans)
  3. (pejoratief), (informeel), (economie) zwarthandelaar
    «Ein Berliner Schieber wurde zu 2 Jahren Gefängnis verurteilt.»
    Een Berlijnse zwarthandelaar werd veroordeeld tot twee jaar in de gevangenis.