Scheitholz

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Scheit·holz
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de zelfstandige Duitse naamwoorden Scheit en Holz
enkelvoud meervoud
nominatief das Scheitholz die Scheithölzer
genitief des Scheitholzes der Scheithölzer
datief dem Scheitholz den Scheithölzern
accusatief das Scheitholz die Scheithölzer

Zelfstandig naamwoord

Scheitholz, o

  1. houtblokken (meervoudsvorm)
  2. (muziekinstrument) citer, zither
Schrijfwijzen
Schrijfwijzen

Meer informatie