Russischtalig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Rus·sisch·ta·lig
Woordherkomst en -opbouw

Nederlands

stellend
onverbogen Russischtalig
verbogen Russischtalige
partitief Russischtaligs

Bijvoeglijk naamwoord

Russischtalig

  1. Russisch al moedertaal hebbend
    • Het oostelijke deel van de Oekraïne is goeddeels Russischtalig. 

Gangbaarheid