Oudzweeds

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Oud·zweeds
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Oudzweeds -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Oudzweeds o

  1. een taal die in de middeleeuwen in Zweden werd gesproken, die afstamt van het Oudnoords en via het Middelzweeds in het Zweeds is veranderd
    • Heb jij het hoofdstuk over het Oudzweeds al doorgelezen? 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen Oudzweeds - -
verbogen Oudzweedse - -

Bijvoeglijk naamwoord

Oudzweeds

  1. gerelateerd aan de Oudzweedse taal
    • Heb jij die Oudzweedse tekst al gelezen? 

Gangbaarheid

Meer informatie