Nofember

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • No·fem·ber
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en November der November
datief me November em November
accusatief en November der November

Zelfstandig naamwoord

Nofember, m

  1. (tijdrekening) november
    «Advent: Nau iss der Nofember widder vorbei un mir fange mit Diesember aa.»
    Advent: Nou is november weer voorbij en we beginnen met december.
Schrijfwijzen
Holoniemen
Meroniemen
Verwante begrippen
Maanden in het Pennsylvania-Duits
Yenner Hanning Matz Abril
Abrill
Moi Tschunn
Tschuun
Tschulei Aagscht
Augscht
Auguscht
September Oktower Nofember
November
Dezember
Diesember
Disember
januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december
Opmerkingen