Neolithicum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Neo·li·thi·cum
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘geologische periode’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1925 [1]

Zelfstandig naamwoord

Neolithicum o

  1. (archeologie) neolithicum (in de vóór 2006 gangbare schrijfwijze)
    • Uit de periode van het Neolithicum of Nieuwe Steentijd dateren de bekendste monumenten uit de Nederlandse prehistorie: de hunebedden, (…) [2]
Schrijfwijzen
  • In specialistische publicaties blijft volgens de Taalunie spelling met een hoofdletter mogelijk, zie hier.

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen