Nederlands-Antilliaan
Uiterlijk
- Ne·der·lands-An·til·li·aan
- afgeleid van Nederlandse Antillen met het achtervoegsel -iaan
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | Nederlands-Antilliaan | Nederlands-Antillianen |
| verkleinwoord |
de Nederlands-Antilliaan m
- (demoniem) een inwoner van de Nederlandse Antillen, of iemand afkomstig uit de Nederlandse Antillen
| Demoniemen bij Nederlandse Antillen in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
inwoner: Nederlands-Antilliaan • inwoonster: Nederlands-Antilliaanse • bijvoeglijk: Nederlands-Antilliaans | |||||||||||
- Het woord Nederlands-Antilliaan staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.