Naar inhoud springen

Nederlanders

Uit WikiWoordenboek
  • Ne·der·lan·ders

deNederlandersmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Nederlander
     ' Talloze Nederlanders zijn op 11 augustus 1999 in Noord- Frankrijk of Zuid-Duitsland getuige geweest van de totale zonsverduistering.[1]
     Bovendien hebben Nederlanders hun vakantie voor deze zomer pas relatief laat geboekt.[2]
     'Al had ik alle parfums in Arabië, het zou nog niet genoeg zijn om de lucht van al die rottende Nederlanders te maskeren ' Tegen Nella zegt hij alleen nog maar: 'Ik vind het erg dat ze overleden is, maar ik kan haar hier niet hebben.[3]
  1. “Nieuws uit de kosmos” (2024), Fontaine Uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789464043075
  2. Bronlink geraadpleegd op 12-7-2025 Weblink bron “Vakantie in eigen land populair, maar binnenkort veel duurder.” (12-7-2025), NOS
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526