Naar inhoud springen

Leids

Uit WikiWoordenboek
  • Leids
  • Afgeleid van Leiden met het achtervoegsel -s.
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen LeidsLeidserLeidst
verbogen LeidseLeidsereLeidste
partitief LeidsLeidsers-

Leids

  1. (demoniem) van, uit, zoals in, betreffende, enz. Leiden
    • 3 oktober is nog altijd een Leidse feestdag. 
     Hij kreeg hierdoor te maken met onder meer doodsbedreigingen en bommeldingen op de faculteit. In 2009 blikte de criminoloog in gesprek met het Leids Universitair Weekblad Mare terug op die periode. "Ik schermde zo goed mogelijk mijn gezin af, maar dat lukte natuurlijk slecht." Zo kreeg hij ook telefonisch bedreigingen en werd er poep door de brievenbus gegooid.[1]


enkelvoudbezitsvorm meervoud
naamwoord Leids- -
verkleinwoord -- -

hetLeidso

  1. geen meervoud (taal) de taal van de stad Leiden
    • Het Leids is een Hollands dialect. 
  1. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Criminoloog Wouter Buikhuisen (91) overleden” (10 mei 2025), NOS