Koningsdag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Ko·nings·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Koningsdag Koningsdagen
verkleinwoord Koningsdagje Koningsdagjes

Zelfstandig naamwoord

Koningsdag m

  1. (feest) nationale feestdag in Nederland (27 april) op de verjaardag van de koning.
    • Koningsdag valt meestal op 27 april, behalve als dit een zondag is want dan wordt het 26 april. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be