Kindermädchen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Kin·der·mäd·chen
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 10365
enkelvoud meervoud
nominatief das Kindermädchen die Kindermädchen
genitief des Kindermädchens der Kindermädchen
datief dem Kindermädchen den Kindermädchen
accusatief das Kindermädchen die Kindermädchen

Zelfstandig naamwoord

Kindermädchen, o

  1. (beroep) kinderjuffrouw, kindermeisje, kinderverzorgster
    «Meine Mutter war in Indonesien als Kindermädchen für niederländische Familien tätig.»
    Mijn moeder was in Indonesië werkzaam als kinderjuffrouw bij Nederlandse gezinnen.
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen