Naar inhoud springen

Keenichsoh

Uit WikiWoordenboek

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Kee·nich·soh
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Pennsylvania-Duitse zelfstandige naamwoorden Keenich en Soh
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Keenichsoh der Keenichsoh Keenichseeh die Keenichseeh
datief me Keenichsoh em Keenichsoh Keenichseeh de Keenichseeh
accusatief en Keenichsoh der Keenichsoh Keenichseeh die Keenichseeh

Zelfstandig naamwoord

Keenichsoh, m

  1. (adel) koningszoon
    «Der Keenichsoh froogt die Eschputtel viele Frooge, awwer die gebt ihn ken Antwadde.»
    De koningszoon vraagt Assepoester veel vragen, maar ze geeft hem geen antwoorden.
Antoniemen
Opmerkingen