Indiërtje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • In·diër·tje, In·di·er·tje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

Indiërtje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord Indiër

Gangbaarheid