Hollandse
Uiterlijk
- Hol·land·se
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | Hollandse | Hollandsen |
| verkleinwoord | - | - |
de Hollandse v
- (demoniem) vrouwelijke persoon afkomstig uit of wonend in Noord- of Zuid-Holland
- (demoniem) Nederlandse
- ▸ Het blanke vlees met een onderhuidse paarse zweem, haast identiek aan kip en ook qua vorm niet echt verschillend: een vlezige dij, zij het minder vol dan bij pakweg een Hollandse blauwe, uitmondend in een lange, dunne tibia met een opvallend dik gewricht.[1]
- ▸ Ik hoopte mijn onrust te reduceren door me vast te klitten aan de drie zussen, maar na een achtervolging van een uur moet ik onder ogen zien dat die Franse berggeiten te snel klimmen voor mijn Hollandse benen.[2]
| Demoniemen bij Holland in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
inwoner: Hollander • inwoonster: Hollandse • bijvoeglijk: Hollands | |||||||||||
Hollandse
- verbogen vorm van de stellende trap van Hollands
- Het woord Hollandse staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Manik Sarkar“Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
- ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280