Himalaya

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Himalaya
Uitspraak
Woordafbreking
  • Hi·ma·la·ya
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord - Himalaya
verkleinwoord - -

Eigennaam

Himalaya mv

  1. gebergte dat ten noorden van India ligt; het hoogste gebergte ter wereld
     Ik stond in de Himalaya op de Annapurna, de hoogste bergen ter wereld om me heen en ik zei tegen mezelf: als je echt een grote jongen bent dan kun je dit ook tekenen.[1]
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 6 augustus 2020 Weblink bron Jan van der Kooi geciteerd door Marjoleine de Vos “‘Ik begin nu heel langzaam te begrijpen waar het heen moet’” (17 april 2020) op nrc.nl