Häute

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Häu·te

Zelfstandig naamwoord

Häute

  1. nominatief vrouwelijk meervoud van Haut

Häute

  1. genitief vrouwelijk meervoud van Haut

Häute

  1. accusatief vrouwelijk meervoud van Haut