Gnochemann
Uiterlijk
- Gno·che·mann
| enkelvoud (onbepaald) |
enkelvoud (bepaald) |
meervoud (onbepaald) |
meervoud (bepaald) | |
|---|---|---|---|---|
| nominatief | en Gnochemann | der Gnochemann | Gnochemenner Gnocheleit | die Gnochemenner die Gnocheleit |
| datief | me Gnochemann | em Gnochemann | Gnochemenner Gnocheleit | de Gnochemenner de Gnocheleit |
| accusatief | en Gnochemann | der Gnochemann | Gnochemenner Gnocheleit | die Gnochemenner die Gnocheleit |
Gnochemann, m
- [1]: En Gnochemann
Een skelet (van een mens) - [2]: En Gnocheman
Een verzamelaar van vodden en botten
Categorieën:
- Woorden in het Pennsylvania-Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits van lengte 10
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met audioweergave
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met IPA-weergave
- Pennsylvania-Duitse woorden naar herkomst uit het Duits
- Samenstelling in het Pennsylvania-Duits
- Zelfstandig naamwoord in het Pennsylvania-Duits
- Anatomie in het Pennsylvania-Duits
- Beroep in het Pennsylvania-Duits
- Verouderd in het Pennsylvania-Duits