Naar inhoud springen

Glaasvoll

Uit WikiWoordenboek
  • Glaas·voll
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Glaasvolles GlaasvollGlaasvolldie Glaasvoll
datief me Glaasvollem GlaasvollGlaasvollde Glaasvoll
accusatief en Glaasvolles GlaasvollGlaasvolldie Glaasvoll

Glaasvoll, o

  1. (eenheid) een vol glas (een hoeveelheid die wordt bevat door of voldoende is om een glas of een tuimelaar te vullen)
  • drei Glaasvoll Bier
drie glazen vol met bier