Freind

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Freind
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Freind der Freind Freinde die Freinde
datief me Freind em Freind Freinde de Freinde
accusatief en Freind der Freind Freinde die Freinde

Zelfstandig naamwoord

Freind, m

  1. vriend
    «Mei gute alte Freind iss do kumme fer en Bsuch.»
    Mijn goede oude vriend is gekomen om me te bezoeken.
Afgeleide begrippen
Opmerkingen