Flugzeugabsturz

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Flug·zeug·ab·sturz
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Duitse zelfstandige naamwoorden Flugzeug en Absturz met het voorvoegsel ab-
enkelvoud meervoud
nominatief der Flugzeugabsturz die Flugzeugabstürze
genitief des Flugzeugabsturzes der Flugzeugabstürze
datief dem Flugzeugabsturz den Flugzeugabstürzen
accusatief den Flugzeugabsturz die Flugzeugabstürze

Zelfstandig naamwoord

Flugzeugabsturz, m

  1. (luchtvaart) vliegtuigongeluk, vliegtuigcrash
    «Bei dem Flugzeugabsturz kamen alle Passagiere ums Leben.»
    Bij de vliegtuigcrash kwamen alle passagiers om het leven.
Hyperoniemen
Verwante begrippen