Fleesch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Fleesch
Vlees

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Fleesch
Woordherkomst en -opbouw

Afkomstig van het Duitse woord  Fleisch zn , dat van de Middelhoogduitse woorden  vleisch zn  en  fleisch zn , die van het Oudhoogduitse woord  fleisc zn  komen

enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Fleesch es Fleesch - - - - - -
datief me Fleesch em Fleesch - - - - - -
accusatief en Fleesch es Fleesch - - - - - -

Zelfstandig naamwoord

Fleesch, o (geen meervoud)

  1. (voeding) vlees
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Opmerkingen