Europeaantje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Eu·ro·pe·aan·tje

Zelfstandig naamwoord

Europeaantje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord Europeaan