Eindruck

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈaindrʊk/
Woordafbreking
  • Ein·druck

Zelfstandig naamwoord

Eindruck m

  1. indruk
    «Das hat bei ihm sicherlich Eindruck hinterlassen.»
    Dat heeft zeker indruk op hem gemaakt.
Verbuiging