Durcheinander

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˌdʊʁçʔaɪ̯ˈnandɐ/
Woordafbreking
  • Durch·ein·an·der
  • Durch·ei·nan·der

Zelfstandig naamwoord

Durcheinander o

  1. puinhoop
    «Nach dem Unfall gab es im Straßenverkehr ein großes Durcheinander
    Na het ongeval was het verkeer een puinhoop.
Verbuiging