Duitsis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Schots-Gaelisch

Uitspraak
  • IPA: /'dyʧiʃ/
Enkelvoud Meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief Duitsis  
genitief Duitsise

Zelfstandig naamwoord

Duitsis v

  1. (taal) Nederlands
    «A' bheil Duitsis agad?»
    Spreek je Nederlands?