Driekoningen
Uiterlijk
- Geluid: Driekoningen (hulp, bestand)
- IPA: / driˈkonɪŋə(n) / (4 lettergrepen)
- Drie·ko·nin·gen
- geen meervoud, samenstelling van drie ht en koningen zn
| enkelvoud | bezitsvorm | meervoud | |
|---|---|---|---|
| naamwoord | Driekoningen | Driekoningens | |
| verkleinwoord | - |
- (religie) (feest) christelijke feestdag op 6 januari waarbij de komst van de Wijzen uit het Oosten bij het Christuskind wordt herdacht
- Het middeleeuwse Driekoningen lijkt zoveel op de oud-Romeinse Saturnalia, dat sommige auteurs een doorlopende traditie vermoeden. [1]
- ▸ Sinds zondag kan er weer op de midwinterhoorn worden geblazen. Het was de eerste van de adventstijd. En elke rechtgeaarde blazer weet dat pas dan de eerste toon geblazen mag worden. En na Driekoningen (6 januari) moet het afgelopen zijn.[2]
- Woordenboeken vatten Driekoningen traditioneel op als een mannelijk woord, maar als er een lidwoord wordt gebruikt, komt "het" vaker voor dan "de".
- driekoningenavond, driekoningenbrood, driekoningendag, driekoningenfeest, driekoningenkoek, driekoningentaart
- Het woord Driekoningen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Faas, P.Driekoningen en nog een (4 januari 1997) op website: volkskrant.nl; geraadpleegd 2019-12-05
- ↑
Weblink bron Michel Hasselerharm“De klank van hoop galmt weer over de Bornse velden, maar waar vandaan vertellen de Bloazers even niet” (28-11-2021), Tubantia
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Woord zonder meervoud in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Eigennaam in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Feest in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal