Driekoningen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Drie·ko·nin·gen
enkelvoud meervoud
naamwoord - Driekoningen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Driekoningen m

  1. (religie) christelijke feestdag op 6 januari waarbij de komst van de Wijzen uit het Oosten bij het Christuskind wordt herdacht
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie