Deitscher

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: deitscher

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Deit·scher
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Deitscher der Deitscher Deitscher die Deitscher
datief re Deitscher em Deitscher Deitscher de Deitscher
accusatief en Deitscher der Deitscher Deitscher die Deitscher

Zelfstandig naamwoord

Deitscher, m

  1. Duitser
    «Die meiste Leit waare net Deitscher, die waare Leit aus Schottland un Eierland.»
    De meeste mensen waren geen Duitsers, ze waren mensen uit Schotland en Ierland.
Opmerkingen