Curaçaoënaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • Cu·ra·çaoë·naar, Cu·ra·çao·enaar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord Curaçaoënaar Curaçaoënaren
Curaçaoënaars
verkleinwoord Curaçaoënaartje Curaçaoënaartjes

Zelfstandig naamwoord

Curaçaoënaar m

  1. (demoniem) inwoner van Curaçao
    • De Curaçaoënaars gingen naar de stembus. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid