Bosniak
Uiterlijk
- Bos·ni·ak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | Bosniak | Bosniaks Bosniakken |
| verkleinwoord | - | - |
de Bosniak m
- (demoniem) benaming voor iemand die behoort tot het, voornamelijk islamitische Zuidslavische volk uit Bosnië en naburige gebieden
- ▸ Ook de Bosnische Serviërs vinden dat ze reden hebben tot klagen. Grahilo Grahovac, vice-minister in de regering van de Federatie namens de Serviërs, stapte ook al op, omdat hij meent dat zijn spreektijd onterecht wordt ingekort door premier Mustafa Mujezinovic, een Bosniak.[1]
- ▸ Want elke Bosniak moet dienen, en wordt in het leger onder de hoede geplaatst van twee Oostenrijkers.[2]
- 1. Een Bosniak rond 1908.
- 1. De Bosniak F. Čaklovica
was van 2006 tot 2012 rector van de universiteit van Serajewo.
- Het woord 'Bosniak' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Dirk Vandenberghe“In Bosnië is alles goed voor een flinke ruzie” (1 september 2009) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron Jérome Alexandre SillemIn het land der Dolomieten. in: De Gids., jrg. 51 nr. 4 (april 1887), P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam, p. 32