Naar inhoud springen

Boris

Uit WikiWoordenboek
  • Bo·ris
  enkelvoud
nominatief   Boris  
genitief   Boris'  

Boris m

  1. (mannelijke naam)
     ' 'Uw man? 'Laten we hem Boris noemen'.[1]
     Had Teresa tot nu toe gezwegen om haar te beschermen, of had het haar een gevoel van macht gegeven iets te weten wat Olive niet wist? Hadden ze haar allemaal achter haar rug uitgelachen om haar verliefdheid op haar Boris Mon-Amour? Het was beter geweest als Isaac voor haar gewoon een romanfiguur was gebleven, een man in haar fantasie, en niet het monster dat ze in het echte leven had geschapen.[1]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704