Begucker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • Be·gu·cker
Woordherkomst en -opbouw
  • Pennsylvania-Duits zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel be-
enkelvoud
(onbepaald)
enkelvoud
(bepaald)
meervoud
(onbepaald)
meervoud
(bepaald)
nominatief en Begucker der Begucker Begucker die Begucker
datief me Begucker em Begucker Begucker de Begucker
accusatief en Begucker der Begucker Begucker die Begucker

Zelfstandig naamwoord

Begucker, m

  1. lezer, toekijker
Opmerkingen