Bauschtee
Uiterlijk
- Bau·schtee
- Samenstelling van Bau ww "bouw" en Schtee zn "steen" , afkomstig van het Duitse zelfstandige naamwoord Baustein zn , verwant met het Nederlandse zelfstandige naamwoord bouwsteen zn
| enkelvoud (onbepaald) |
enkelvoud (bepaald) |
meervoud (onbepaald) |
meervoud (bepaald) | |
|---|---|---|---|---|
| nominatief | en Bauschtee | der Bauschtee | Bauschtee | die Bauschtee |
| datief | me Bauschtee | em Bauschtee | Bauschtee | de Bauschtee |
| accusatief | en Bauschtee | der Bauschtee | Bauschtee | die Bauschtee |
Bauschtee, m
Categorieën:
- Woorden in het Pennsylvania-Duits
- Woorden in het Pennsylvania-Duits van lengte 9
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met audioweergave
- Woorden in het Pennsylvania-Duits met IPA-weergave
- Samenstelling in het Pennsylvania-Duits
- Pennsylvania-Duitse woorden naar herkomst uit het Duits
- Zelfstandig naamwoord in het Pennsylvania-Duits
- Bouwkunde in het Pennsylvania-Duits