B-grootakkoordje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • B-groot·ak·koord·je

Zelfstandig naamwoord

B-grootakkoordje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord B-grootakkoord