Auster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈaʊ̯stɐ/
Woordafbreking
  • Aus·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Het woord dankt zijn naam aan zijn harde schaal, want de oorsprong van het woord Auster gaat naar het Oudgriekse woord ὄστρειον (óstreon) "schelp" terug, dat met ὀστέον (ostéon) "bot, been" en ὄστρακον (óstrakon) "schaal" verwant is.[1] Daaruit ontstond het Latijnse woord ostreum, dat via het Romaans in het Middelnederlands geraakte, waar het oester werd.[2] Hieruit ontwikkelde zich het Nederduitse woord ūster, dat vervolgens in de zestiende eeuw in het Hoogduits overgenomen werd en veranderd werd tot Auster.[1]

Zelfstandig naamwoord

Auster v

  1. oester
    «Austern bricht man auf, um sie anschließend auszuschlürfen.»
    Oesters breekt men open om daarna uit te slurpen.
Verbuiging
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Christoph Gutknecht: Pustekuchen! Lauter kulinarische Wortgeschichten, Originalausgabe, Verlag C.H.Beck oHG, München 2002. Pagina 25
  2. Duden, Deutsches Universalwörterbuch, 6e, bewerkte en uitgebreide oplage, Dudenverlag, Mannheim - Leipzig - Wien - Zürich 2006. Pagina 231