Arbeitskräfte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈaʁbaɪ̯tsˌkʀɛftə/
Woordafbreking
  • Ar·beits·kräf·te

Zelfstandig naamwoord

Arbeitskräfte mv

  1. nominatief, genitief en accusatief meervoud van Arbeitskraft