Anderlechtenaars

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • An·der·lech·te·naars
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen Anderlechtenaars
verbogen Anderlechtenaarse
partitief Anderlechtenaars

Bijvoeglijk naamwoord

Anderlechtenaars

  1. (demoniem) op Anderlecht betrekking hebbend
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

Anderlechtenaars mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Anderlechtenaar

Gangbaarheid