Alarmsignal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: / aˈlaʁmˌzɪˈɡnal /
Woordafbreking
    • Alarm·si·gnal
    • Alarm·sig·nal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
nominatief das Alarmsignal die Alarmsignale
genitief des Alarmsignals der Alarmsignale
datief dem Alarmsignal den Alarmsignalen
accusatief das Alarmsignal die Alarmsignale

Zelfstandig naamwoord

Alarmsignal, o

  1. alarmsignaal
    «Gebt das Alarmsignal
    Sla het alarmsignaal!
  2. (figuurlijk) waarschuwingsteken
    «Der Moorbrand ist ein weiteres Alarmsignal für den schlechten Zustand der Ausrüstung der Feuerwehr.»
    De veenbrand is een ander waarschuwingsteken voor de slechte staat van de uitrusting van de brandweer.
Synoniemen
Hyperoniemen