Akademikers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: / akaˈdeːmikɐs /
Woordafbreking
  • Aka·de·mi·kers

Zelfstandig naamwoord

Akademikers

  1. genitief mannelijk enkelvoud van Akademiker