15-jarig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 15-ja·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van 15 en jaar met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen 15-jarig
verbogen 15-jarige
partitief 15-jarigs

Bijvoeglijk naamwoord

15-jarig

  1. van een persoon dat hij 15 jaar is
    • De 15-jarige jongen ging naar de vierde klas van de middelbare school 
  2. van een zaak dat het 15 jaar duurt of oud is
    • Wij vierden het 15-jarige bestaan van de club, dat was dus het derde lustrum. 

Gangbaarheid