100 eurobiljetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • 100 eu·ro·bil·jet·je

Zelfstandig naamwoord

100 eurobiljetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord 100 eurobiljet
Schrijfwijzen

Gangbaarheid