-eling
Uiterlijk
| Huidig bestand |
|---|
| 13 |
- IPA: /lɪŋ/
- -eling
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | -eling | -elingen |
| verkleinwoord | -elingetje | -elingetjes |
-eling m
- vormt zelfstandige naamwoorden van werkwoorden of bijvoeglijk naamwoorden;
persoon of soms zaak die de eigenschap heeft van het grondwoord